LEERLINGENZORG.

Het afgelopen schooljaar zijn we bezig geweest met het verder ontwikkelen van de zorg bij ons op school. We hebben een protocol gemaakt met betrekking tot dyslexie. Hier gaan we het komende jaar mee werken. Alle leerkrachten hebben het afgelopen een zorgscan ingevuld. We gaan hiermee aan de slag om de zorg nog verder te ontwikkelen. We werken met het zorgdocument van het Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS). Wat houdt dit nu precies in?

Het zorgdocument:
In het zorgdocument staat precies omschreven wat we doen aan zorg in iedere klas. Dit is verdeeld in zorgniveaus. Tenslotte is ieder kind verschillend en heeft ieder kind behoefte aan zorg maar wel op een eigen manier. Een manier die op dat kind van toepassing is. In het kort komt dat hier op neer:
Zorgniveau 0: dit geldt voor alle leerlingen. Er wordt in de klas instructie gegeven. Daarna krijgen de leerlingen die daar behoefte aan hebben extra instructie ( indien mogelijk aan een instructietafel).
Zorgniveau 1: leerlingen die wat moeite hebben met het beheersen van de stof krijgen extra oefenstof. Dit kunnen ze op school of thuis maken. Leerlingen die meer aan kunnen krijgen extra stof op school aangeboden.
Zorgniveau 2: een leerling heeft nog moeite met de leerstof of vindt deze juist te makkelijk. Er wordt overlegd met de Intern Begeleider. Samen met de groepsleerkracht wordt een handelingsplan opgesteld. Indien nodig/ mogelijk wordt de Remedial Teacher ingeschakeld. Een leerling kan dan extra hulp in de klas krijgen of bij de Remedial Teacher. De ouders krijgen dan, door middel van een brief, te horen dat hun kind in aanmerking komt voor Remedial Teaching.
Zorgniveau 3: als alle extra inspanningen niet helpen wordt er hulp van buiten de school gevraagd. Dit is meestal de Schoolbegeleidingsdienst (IJsselgroep). Er wordt samen gekeken naar de mogelijkheden van die leerling. Er kan dan gekozen worden voor een eigen leerlijn of dat het beter is om de klas nog een keer over te doen of dat de leerling verder gaat met de stof.
Zorgniveau 4: functioneert de leerling niet goed op onze school dan kan besloten worden de leerling naar een andere basisschool te verwijzen. Dit gaat natuurlijk in goed overleg met de ouders.
Zorgniveau 5: dit is de laatste stap. De leerling kan verwezen worden naar een speciale basisschool of REC school.

Zorgmappen:
Wij werken hier op school met zorgmappen. Dit zijn mappen die iedere klas heeft in onze school en waarin nauwkeurig alle vorderingen worden bijgehouden. Zowel de toetsen, gesprekken en onderzoeken worden hierin verzameld zodat we goed op de hoogte zijn van alle leerlingen. We kunnen zo op deze manier snel alle gegevens bij elkaar verzamelen en adequater handelen als dit nodig mocht blijken. Ook het vroegtijdig onderkennen van ontwikkelings-, leer- en gedragsproblemen gaat op deze manier effectiever.

Intern Begeleider:
Onze school werkt met twee Intern Begeleiders. Een Intern Begeleider voor de onderbouw (Greja Berentsen voor groep 1 t/m 3) en een Intern Begeleider voor de bovenbouw (Sonja Boerma voor groep 4 t/m 8). Zij zullen de leerkrachten ondersteunen en helpen bij de leerlingen die extra zorg nodig hebben. Zij coördineren tevens de zaken omtrent de zorg. Ook voor ouders geldt dat ze de Intern Begeleider kunnen aanspreken voor zaken betreffende de zorg van hun eigen kind. Samen met de groepsleerkracht wordt dan bekeken wat er gedaan kan worden. De Intern Begeleider kan een kind toetsen. Hiervoor wordt dan wel overleg gepleegd met de ouders. Ook zal de Intern Begeleider aanwezig zijn bij gesprekken met bijv. de Schoolbegeleidingsdienst (IJsselgroep) of indien gewenst bij gesprekken met ouders over problemen van hun kind(eren). In uitzonderlijke gevallen zal ook de directeur aanwezig zijn. Dit laatste kan zowel op verzoek van de leerkracht, de Intern Begeleider als van de ouders. Verder heeft de Intern Begeleider contacten met de H=B+G (GGD), schoolmaatschappelijk werk en andere hulpverlenende instanties.

Remedial Teacher.
Onze school heeft twee remedial teachers (RT-ers). Eén voor de groepen 1 t/m 3 en één voor de groepen 4 t/m 8. De school heeft wel de voorkeur om de RT vooral in te zetten in de lagere groepen. Voor de hogere groepen is er meer begeleiding voor het helpen van de leerkrachten. Er wordt samen gezocht naar oplossingen voor bepaalde leerproblemen middels gerichte oefenstof en tips voor de manier van aanpak van leer- en gedragsproblematiek.
Het schooljaar (voor de RT) is verdeeld in 4 blokken van 8 weken. In die 8 weken worden de kinderen extra geholpen en ondersteund. Tussen de blokken in, zit 2 weken tijd om kinderen te toetsen en te bespreken. De ouders worden middels een briefje op de hoogte gehouden of hun kind in de RT komt/ blijft of dat hun kind verder in de eigen groep geholpen kan worden. Dit jaar zijn er in verschillende groepen onderwijs -assistenten die de kinderen heel goed kunnen begeleiden en helpen.

Leerlingvolgsysteem.
Met behulp van het leerlingvolgsysteem willen we op een systematische wijze de vorderingen van kinderen bijhouden. Zo signaleren we welke kinderen belemmeringen ondervinden in het leer- en ontwikkelingsproces en kunnen we op deze manier gerichte hulp bieden. In de groepen 1, 2 en 3 observeren we met behulp van “Kijk op ontwikkeling in de onderbouw” de voortgang van de kinderen. Het is een instrument om de cognitieve, creatieve, sociaal-emotionele, motorische en zintuiglijke gebieden te observeren en te stimuleren. De sociaal- en emotionele ontwikkeling is een steeds belangrijk wordend item. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed gevolgd kunnen worden zijn we dit jaar gestart met “Kinderen en hun sociale talenten”. Hierin wordt op speelse wijze geoefend met de waarden en normen, zodat de kinderen voorbereid worden op deelname in onze maatschappij.

Cito Toetsen.
Naast de gebruikelijke toetsen bij de diverse methoden krijgen de kinderen gedurende hun schoolloopbaan ook nog periodiek te maken met CITO toetsen. Deze gebruiken we voor het Leerling Volg Systeem (digitaal). Met behulp van deze toetsen krijg je een onafhankelijk beeld van de prestaties van de kinderen. De resultaten worden vermeld in het rapport. De volgende toetsen nemen wij af:

Taal voor kleuters Groep 2 Januari (juni)
Ordenen Groep 2 Januari (juni)
Ruimte en tijd Groep 2 Januari (juni)
Spelling Groep 3 t/m 8 Januari en juni
Rekenen Groep 3 t/m 8 Januari en juni
Begrijpend lezen Groep 5 t/m 8 Januari
Luisteren Groep 3 t/m 8 December/januari en mei
Leeswoordenschat Groep 5 t/m 8 November en april
Entree toets Groep 7 April
Drempeltoets Groep 8 November
Eindtoets Groep 8 Februari

NB. Groep 8 krijgt na de CITO Eindtoets geen andere CITO toetsen meer. Bij groep 7 vervalt na de CITO entreetoets de laatste CITO rekenen toets.

In groep 7 en 8 krijgen de kinderen met aparte CITO toetsen te maken. In groep 7 (medio april/mei) krijgen de kinderen de CITO entreetoets. Deze wordt afgenomen om de leerkracht en de school inzicht te verschaffen in het niveau van de groep. Hierdoor weet de school exact aan welke onderdelen nog extra aandacht besteedt dient te worden voor dat de kinderen doorstromen naar het voortgezet onderwijs. De resultaten van deze toets worden met de ouders besproken.
In groep 8 wordt de CITO eindtoets afgenomen. Aan deze toets is een indicatie verbonden voor het vervolgonderwijs. Zodra de uitslag bekend is, wordt deze met de ouders besproken. Overigens is het zo, dat de leerkracht van groep 8 de adviesgesprekken voor het voortgezet onderwijs voert, vóórdat de CITO eindtoets wordt afgenomen. Hierdoor ligt er minder druk op de leerlingen bij het maken van deze toets.
Bij de leerlingen die bij de Cito entreetoets een percentielscore van 25 of minder hebben behaald wordt een drempelonderzoek afgenomen. Dit onderzoek richt zich met name op die vakgebieden, die voor het advies aan het voortgezet onderwijs van groot belang zijn. Ook kan het worden gebruikt in plaats van het onderzoek voor leerlingen, die naar het LWOO (Leer Weg Ondersteunend Onderwijs) gaan.
Als het resultaat van dit drempelonderzoek positief is, zal de leerling deelnemen aan de CITO eindtoets in groep 8. Het drempelonderzoek vindt plaats in groep 8 in de maand november. Uiteraard worden de resultaten met de ouders besproken.

Lezen.
Voor het lezen maken we gebruik van de AVI leestoets. De kinderen lezen 4 keer per jaar een periode van 8 weken in duo’s tijdens het leescircuit. Na iedere periode wordt er AVI getoetst. Na het AVI toetsen worden de niveaus weer aangepast voor de volgende periode.
Het lezen oefenen de kinderen in een leescircuit. Dit houdt in dat de kinderen in duo’s 40 minuten oefenen met lezen. Van die 40 minuten wordt er 20 minuten in duo’s een boek hardop aan elkaar voorgelezen en de andere 20 minuten worden er leesspelletjes gedaan. Dit zijn o.a. woordspelletjes, spelletjes in het Engels, lezen met bandjes, stripboeken, opdrachten met tijdschriften/ kranten, etc. Zo wordt het technisch lezen gestimuleerd, maar zeker ook het plezier hebben in lezen.
Naast dit leescircuit wordt in alle klassen tijd vrij gemaakt voor stillezen. Afgelopen schooljaar zijn veel nieuwe leesboeken aangeschaft maar ook veel informatieboeken.
Afgelopen schooljaar zijn we bezig geweest met het opzetten van een schoolbibliotheek. Er is een heel uitleensysteem. Een aantal ouders zijn bereid gevonden om de uitleen te regelen. Een paar keer per week is de bibliotheek open, zodat de kinderen hun boeken kunnen ruilen. Dit gebeurt allemaal met behulp van de computer.

Dyslexie.
1. Omschrijving van de zorg
De kinderen behalen bij lezen en spellen herhaaldelijk niet het gewenste niveau of lijken een achterstand te hebben in het voorbereidend taal-leesproces.
Naar de ernst van de problematiek onderscheiden we:
- kinderen met lees- en spelproblemen (achterstand tot ½ jaar)
- kinderen met ernstige lees- en spelproblemen (achterstand meer dan een ½ jaar)
- kinderen met dyslexie

2. Doel van het deelzorgdocument
Het doel is de signalering, diagnosticering, het leerstofaanbod en de instructie voor kinderen met lees- en spelproblemen vast te leggen en te verbeteren.

3. Omschrijving van de huidige situatie
Op school werken we met verschillende zorgniveau’s.
Sommige kinderen hebben geen lees- en spelproblemen. Zij hebben geen extra begeleiding nodig. Voor andere kinderen is uitgebreide hulp noodzakelijk. Wij proberen voor al onze leerlingen een zo optimaal mogelijk ontwikkelingsproces gedurende de gehele basisschoolperiode te garanderen.
Dat begint met het geven van goed onderwijs in de klas zelf tot het bieden van speciale begeleiding op basis van het resultaat van uitgevoerd onderzoek.

Signaleren:
We signaleren voor spelling in eerste instantie door te kijken naar de methode gebonden toetsen, dit om op korte termijn uitval te kunnen constateren. Verder maken we gebruik van de CITO en SLO gegevens.
Voor het lezen maken we gebruik van het protocol en toetsen we de kinderen 4 keer per jaar met AVI (groep 4 t/m 8). Bij twijfel wordt de DMT (woorden lezen) afgenomen.

Diagnosticeren:
Wanneer uit de signaleringsresultaten blijkt dat er een achterstand is in de leesontwikkeling of de ontwikkeling van het spellen, krijgen de kinderen extra hulp in en/of buiten de klas. Mocht dit ook onvoldoende resultaat bieden dan wordt er het FIK2 onderzoek uitgevoerd dat gericht is op de didactische aspecten rondom de signalering van dyslexie. Dit gebeurt in goed overleg met de ouders.

4. De ondersteuning van kinderen met lees- en spellingsproblemen.
Definitie van dyslexie:
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau.

Beleid en procedure rondom het FIK2 (FIKTW) onderzoek.
FIK2 is een didactisch onderzoek. Middels dit onderzoek kan een FIK2 specialist onderzoeken of er sprake is van een dyslectische ontwikkeling bij een kind. Samen met een intelligentieonderzoek van een orthopedagoog of GZ psycholoog kan het FIK2 onderzoek voor een dyslexieverklaring zorgen.
FIK 2 onderzoekt de onderstaande deelvaardigheden:
F= fonologische problemen
I= onderzoek of de intelligentie normaal is
K= onderzoek of er voldoende kennis aanwezig is
T= wordt de kennis goed toegepast?
W = is er sprake van werkhoudingproblemen
Wie neemt het FIK2 onderzoek af?
Het FIK 2 onderzoek wordt afgenomen door een gespecialiseerd FIK2 leerkracht. Op dit moment heeft de school 3 gespecialiseerde FIK2 leerkrachten.

Geldigheidsduur FIK2 onderzoek:
De geldigheid van het FIK2 onderzoek bedraagt 2 jaar.

Geldigheidsduur van de dyslexieverklaring:
De geldigheid van een dyslexieverklaring is levenslang.

Wanneer is het beste moment om een FIK2 onderzoek te laten plaatsvinden?
Vanaf halverwege groep 4 en in groep 5. Indien nodig ook nog in groep 6.

Wat kan een leerling met een dyslexieverklaring?
Vanaf groep 4 indien van toepassing
• Meer tijd krijgen tijdens het werk of het maken van toetsen
• Een uitvergroot lettertype
• Bij dictee alleen de categoriewoorden opschrijven
• Langere teksten worden voorgelezen
• Eigen leerlijn
• Pre teaching krijgen
• Gebruik maken van hulpmiddelen die in de klas gebruikt worden (spellingkaart, letterkaartje, etc)
• De toets wordt voorgelezen
• De toets op Cd-rom

Instanties van buitenaf.
Wij als school hebben het meest te maken met de volgende instanties:

• Schoolbegeleidingsdienst (IJsselgroep).
Als alle extra inspanningen in en buiten de klas niet helpen wordt er hulp van buiten de school gevraagd. Dit is meestal de Schoolbegeleidingsdienst (IJsselgroep). Wanneer een kind wordt aangemeld bij de IJsselgroep is dit in overleg met de leerkracht, IB-er en de ouders. Er moet dan een aanmeldingsformulier ingevuld worden. Hierin worden de persoonlijke gegevens van de leerling vermeld en de aard van het probleem omschreven: dit kan een leerprobleem zijn maar ook kan het gedrag van de leerling mede een reden zijn voor de aanmelding. De ouders moeten schriftelijke toestemming geven. Er kan een onderzoek aangevraagd worden of een consultatiegesprek. Na de aanmelding ontvangen de ouders bericht over de ontvangst van de aanmelding. Bij een onderzoek kunnen de ouders tevens een uitnodiging verwachten voor een gesprek met een medewerker van de IJsselgroep.

• PPV (Project Preventie en Vroeghulp).
Wanneer leerkrachten zich zorgen maken over een kind kan de hulp ingeroepen worden van de PPV. Op jaarbasis vinden er vier gesprekken plaats met de PPV. Bij dit gesprek zitten de jeugdarts, de groepsleerkracht en de IB-er en eventueel de schoolmaatschappelijk werker en iemand van de IJsselgroep. Op deze manier is het mogelijk om kinderen met problemen in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen. Te denken valt aan gedragsproblemen, contactproblemen, pesten, faalangst of problemen thuis. De ouders moeten wel van tevoren schriftelijk toestemming geven dat hun kind besproken wordt.

• Logopedie op school.
De logopedie op school wordt verzorgd door de Hulpverleningsdienst Flevoland, afdeling GGD. Alle vijfjarige kinderen gaan weer worden gescreend op school. Dit is gelukkig besloten door de gemeente. Het screenen is onder schooltijd en gebeurt door de logopediste die aan onze school is verbonden. Indien nodig kan er nog een keer gebruik gemaakt worden van vervolgcontact. Voor een eventuele aansluitende behandeling van spraak- en taalproblemen kan er een beroep gedaan worden op vergoeding van de kosten via de eigen verzekering.
Voor onze school is dat: Ankie van Gennep-Grijzenhout, telefoonnummer 0320- 285721/285728

terug naar inhoudsopgave of door naar de volgende bladzijde