KINDEREN MET EEN HANDICAP.

Wet op de Expertise Centra (WEC) en de regeling leerlinggebonden financiering.
In de gemeente Dronten zijn hierover goede afspraken gemaakt.
Per 1 augustus 2002 zijn de Wet op de Expertise Centra (WEC) en de regeling leerlinggebonden financiering van kracht geworden. Deze wet heeft als doel het bevorderen van de emancipatie en intergratie van gehandicapte kinderen.

Onderwijs in speciale scholen of in gewone basisscholen?
Van oudsher krijgen gehandicapte kinderen in Nederland onderwijs in aparte scholen: het speciaal onderwijs. Steeds meer ouders wensen echter dat hun (gehandicapte) kind in de thuisomgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook naar een gewone basisschool kan. Om dit mogelijk te maken is de leerlinggebonden financiering de zogenaamde "rugzak" ingevoerd: als een kind volgens een indicatiecommissie in aanmerking komt, kunnen de ouders kiezen voor onderwijs in een speciale school óf onderwijs in een gewone basisschool mét een rugzak.
In deze rugzak zit wat extra formatie voor de basisschool, het recht op ambulante begeleiding van het regionale expertise centrum en wat extra geld om het kind goed in de basisschool op te kunnen vangen.
Regionale expertise centra.
Na 1 augustus 2002 zijn alle scholen voor speciaal onderwijs ingedeeld in regionale expertise centra in vier zogenaamde clusters (groepen) voor kinderen met verschillende handicaps:
1. kinderen met een visuele handicap (slechtziende en blinde kinderen).
2. kinderen met een auditieve en/of communicatieve handicap (slechthorende, dove
en/of spraaktaalgestoorde kinderen).
3. kinderen met een geestelijke en /of een lichamelijke handicap (Mytyl /Tytyl / langdurig zieke kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen.
4. kinderen met gedragstoornissen of kinderen met kinderpsychiatrische problemen.

Elk regionaal expertise centrum heeft de volgende functies:
1. geven van onderwijs aan kinderen met een handicap als ouders kiezen voor een speciale school.
2. geven van ambulante begeleiding voor kinderen met een handicap die een gewone basisschool bezoeken.
3. onderzoek doen bij kinderen om de hulpvraag van het kind te formuleren en/of het handelingsplan op te kunnen stellen.
4. adviseren en ondersteunen in het algemeen.
5. zorgen dat de eigen specialistische kennis op peil blijft.
6. uitleen van specifieke materialen en leermiddelen aan gewone basisscholen.
Ook vóór 1-8-2002 gingen gehandicapte kinderen naar gewone basisscholen in plaats van naar het speciaal onderwijs. De verwachting is dat het aantal niet drastisch zal toenemen, maar…… elke basisschool moet zich er wel op voorbereiden en onze school dus ook.

Alle kinderen zijn welkom op onze school

In principe zijn alle kinderen uit de gemeente Dronten welkom op de basisscholen. Bij aanmelding wordt wel gekeken of verwacht mag worden dat het team deze gehandicapte leerling kan begeleiden zonder dat de leerling en/of andere leerlingen tekort komen.

Plaatsing van kinderen die extra zorg en aandacht nodig hebben hangt af van de mogelijkheden en omstandigheden op school. Deze kinderen vallen onder onze speciale leerlingenzorg, dat wil zeggen dat we deze kinderen extra hulp en aandacht geven maar dat we ook van deze kinderen accepteren dat ze niet op dezelfde manier en in hetzelfde tempo als de andere kinderen leren. Dat betekent dat het eindniveau van deze kinderen in veel gevallen lager zal liggen dan dat van de gemiddelde leerling eind groep 8.
Niet alleen de speciale behoeften van het gehandicapte kind spelen een rol. Ook de mogelijkheden om met verschillen om te gaan van de leerkrachten waar het kind achtereenvolgens geplaatst wordt en de samenstelling /grootte van de groep spelen mee. Om de zoveel tijd en altijd in overleg met de ouders zal bekeken worden of er voor het kind nog voldoende mogelijkheden op school zijn.
Verwijzing naar een school voor speciaal onderwijs in de toekomst, wordt dan ook niet uitgesloten.

In het kort komt het hierop neer:
• Wanneer ouders hun kind (met een indicatiestelling voor de leerlinggebonden financiering) aanmelden bij onze school, zullen ouders, basisschool én een vertegenwoordiger van het regionaal expertise centrum samen, aan de hand van het dossier van het kind de mogelijkheden, de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van het kind als ook de mogelijkheden van de school in kaart brengen.
• Een aantal overwegingen kunnen een rol spelen om een kind niet toe te laten. We denken hierbij aan:
   - verstoring van rust en veiligheid.
Bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk (ondanks de extra middelen van "het rugzakje") om binnen onze basisschool de noodzakelijke groepsgrootte en structuur aan te bieden. Zowel het (gehandicapte) kind als de groep komt te kort.
   - de mate waarin verzorging vereist is.
Het kan voorkomen dat het kind zóveel verzorging nodig heeft dat het geven van onderwijs in het gedrang komt. Ook dan vinden we het niet wenselijk het kind toe te laten.
   - verstoring van het leerproces van andere kinderen
Kinderen met een handicap vragen (net als zorgleerlingen zonder "handicap"!) aandacht van de leerkracht. Dit zou nadelig kunnen uitpakken voor de zwakkere zorgleerlingen. Een zekere mate van aandachtsverdeling vinden we aanvaardbaar. Het is onze opdracht om zo goed mogelijk met verschillen om te gaan. Bovendien wordt de school ook extra toegerust om deze kinderen op te vangen. We sluiten echter niet uit dat we op grond van deze overweging een leerling zullen weigeren.
• Op basis van voorgaande informatie en overwegingen wordt gezamenlijk besloten of plaatsing gewenst is.

Indien de leerling wordt toegelaten, wordt er een handelingsplan opgesteld. Hierin staan de doelen, de wederzijdse inspanningsverplichtingen van onze school, de ouders en de ambulante begeleider van het REC. We maken een handelingsplan voor een van tevoren afgesproken periode. Aan het einde daarvan wordt geëvalueerd en worden vervolgbeslissingen genomen.

terug naar inhoudsopgave of door naar de volgende bladzijde