1. De verwachting is, dat door de doublure, het kind de achterstanden geheel
of gedeeltelijk kan inhalen. Met andere woorden: het moet zin hebben!
2. Het kind vertoont in principe op meerdere gebieden een achterstand. Het
streven is, om ons onderwijs zo in te richten, dat zittenblijven voornamelijk
in de groepen 1 t/m 5 plaatsvindt.
3. Een kind doubleert gedurende zijn schoolcarrière slechts eenmaal.
4. Een kind dat blijft zitten, is altijd besproken in één of
meerdere gesprekken met ouders/ verzorgers, leerkracht(-en) en IB-er.
5. De uiteindelijke beslissing om het kind te laten doubleren is een schoolbeslissing.
6. Wanneer vanuit school de keus wordt gemaakt, om een kind met grote twijfels
toch door te laten stromen naar de volgende groep, moet aan twee eisen worden
voldaan:
•
De ouders moeten over deze twijfels en de motivatie waarom het kind toch
overgaat, nauwkeurig op de hoogte worden gesteld.
•
Bovenstaande wordt eveneens goed beschreven in het leerlingendossier van
het betreffende kind door leerkracht(en) en/of IB-er. De IB-er oefent hier
controle op uit.
Bij de uiteindelijke besluitvorming kunnen de volgende “checkpunten” een
rol spelen:
N.B. Als er een grote kans of de zekerheid bestaat dat de leerling op termijn verwezen wordt (andere basisschool, SBO of clusterschool), kiezen wij ervoor het kind tot die tijd met zijn/haar groep mee te laten gaan. terug naar inhoudsopgave of door naar de volgende bladzijde |
![]() |