Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets dat leuk is om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt haar of hem niet om terug te plagen, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Degene die gepest wordt, wordt heel erg bang en verdrietig en voelt zich hulpeloos. Vaak is er een groepje kinderen dat meedoet met de pestkop, ze lachen wanneer de pester iets gemeens doet maar durven zelf niks te doen.
Pesten is bedreigend en het gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of langer achter elkaar. Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een heel bedreigende en gemene manier. De pestkop misbruikt zijn macht De pester merkt dat hij of zij succes heeft en dat smaakt naar meer.
Bewonderd door andere kinderen gaat hij of zij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt de pester zijn of haar plaats in de klas of het vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet.
Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor degene die gepest wordt. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te spelen, ziet de pester het nog steeds als een lolletje.
Pesten lijkt dus op plagen maar er zijn toch grote verschillen. Pesten is veel erger en maakt het de gepeste kinderen heel onzeker.
Pesten op school; Hoe ga je er mee om?
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.
Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:
De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een contactpersoon nodig. De contactpersoon is er voor de eerste opvang van de klacht, bemiddelt en zoekt naar oplossingen.
Op iedere school is een contactpersoon aangesteld. Op De Dukdalf zijn Greja Berentsen en Jaap Slicht de contactpersonen.
Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.
Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:
altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
briefjes doorgeven
beledigen
opmerkingen maken over kleding
isoleren
buiten school opwachten, slaan of schoppen
op weg naar huis achterna rijden
naar het huis van het slachtoffer gaan
bezittingen afpakken
schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer
Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.
REGEL 1:
Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij:
je mag niet klikken, maar
als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt je er zelf niet uit dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.
REGEL 2:
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
REGEL 3:
Samenwerken zonder bemoeienissen:
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.
REGELS DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:
1. Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig zou vinden
2. Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.
3. We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden
4. Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander). Probeer eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.
5. Niet: zomaar klikken. Wel: aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
6. Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.
7. Blijft de pester doorgaan dan aan de meester of juf vertellen.
8. Word je gepest, praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.
9. Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.
10. Niet aan spullen van een ander zitten.
11. Luisteren naar elkaar.
12. Iemand niet op het uiterlijk beoordelen.
13. Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.
14. Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.
15. Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kunnen we ook weer vergeven en vergeten.
Deze regels gelden op school en daarbuiten
Toevoeging:
Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht.
Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels
Zowel schoolregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen.
STAP 1: Er eerst zelf (en samen) uit te komen.
STAP 2: Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.
STAP 3:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties
(zie bij consequenties).
STAP 4:
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties).
Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester genoteerd. Bij iedere melding omschrijft de leerkracht de toedracht. Bij de derde melding binnen afzienbare tijd worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag.
Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.
In zon geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.
De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden)
En vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.
De leerkracht neemt duidelijk een stelling in.
De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoe lang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn / haar gedrag:
FASE 1:
Een of meerdere pauzes binnen blijven
Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn
Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem
Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt
Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.
FASE 2:
Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.
FASE 3:
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.
FASE 4:
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.
FASE 5:
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.
* Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:
Een problematische thuissituatie
Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)
Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt
Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan
Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt
Ouders van pesters:
a. Neem het probleem van uw kind serieus
b. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden
c. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
d. Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet
e. Besteed extra aandacht aan uw kind
f. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een (team)sport
g. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
h. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat
Alle andere ouders:
a. Neem de ouders van het gepeste kind serieus
b. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan
c. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
d. Geef zelf het goede voorbeeld
e. Leer uw kind voor anderen op te komen.
f. Leer uw kind voor zichzelf op te komen
Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken
Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!
Leerkrachten en ouders uit de oudercommissie en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit